085 018 00 69 support-eblinqx@blinqx.tech in
Mogelijke incidenten en de systeemstatus vind je op onze statuspagina.

Wat zijn de objectsoorten bij onderpand en hun definities?

Adviesbox Classic › Modules en functionaliteiten › Analyse › Aanleiding · bijgewerkt 9 maart 2026

Overzicht en toelichting van de verschillende objectsoorten bij onderpand, inclusief definitie en achtergrond.

Objectsoorten in inventarisatie en analyse

  • Het veld ‘Aard pand’ is gewijzigd naar ‘Objectsoort’. De standaardwaarde is nu ‘Tussenwoning’.

  • Nieuwe velden toegevoegd in de pop-up 'Onderpand': 'Bijzonder objectsoort', 'Recreatieve bewoning' en 'Heeft garage'.

Achtergrond van de wijziging HDN 24

  • De keuzelijst van objectsoorten is aangepast voor uniformiteit binnen de keten.

  • Standaard objecttype lijst is opgesteld door diverse partijen (NRVT, NVM, VastgoedPro, VBO, VNG en Waarderingskamer).

  • De uniforme keuzelijst ondersteunt toekomstige integraties en een gestandaardiseerde codering.

Belangrijk:

  • De objectsoorten worden gebruikt door gemeenten voor WOZ-waarde, maar ook door makelaars en taxateurs.

Definities van de objectsoorten

Woningen en woonvormen

  • Vrijstaande woning: Losstaande eengezinswoning.

  • 2-onder-1-kapwoning: Verbonden met één andere gelijksoortige woning.

  • Geschakelde 2-onder-1-kapwoning: Verbonden via aanbouwen met andere woningen.

  • Geschakelde woning: Deels verbonden via muren met andere woningen.

  • Halfvrijstaande woning: Verbonden met een niet-woning of niet gelijksoortige woning.

  • Tussenwoning: Grenst aan andere panden in een rij.

  • Hoekwoning: Eind/hoek woning met extra grond aan de zijkant.

  • Eindwoning: Eind/hoek zonder extra grond.

  • Galerijflat: Voordeur aan buitenloopgang, meerdere bouwlagen.

  • Portiekflat: Toegang via gemeenschappelijk trappenhuis of portiek.

  • Corridorflat: Voordeur binnengang/centrale hal per etage.

  • Maisonnette: Flatwoning met meerdere bouwlagen.

  • Benedenwoning: Etage/flatwoning op begane grond.

  • Bovenwoning: Etage/flatwoning bereikbaar via trap.

  • Portiekwoning: Etagewoning met voordeur in open portiek.

Overige verblijfsobjecten

  • Woonwagen / stacaravan: Permanente/recreatieve bewoning, verplaatsbaar.

  • Woonwagenstandplaats / stacaravanstandplaats: Formeel aangewezen terrein/plaats.

  • Woonboot: Verblijfsobject op/in water, niet direct als vervoermiddel.

  • Ligplaats: Door gemeente aangewezen ligplaats voor vaartuig.

  • Waterwoning: Drijvende woning die kan stijgen/dalen met waterniveau.

Combi- en bijgebouwen

  • Woon-/winkelpand: Combinatie van woon- en bedrijfsruimte, onderling bereikbaar.

  • Bouwkavel: Terrein waar zelfstandige bebouwing mag.

  • Garage: Overdekte stallingsruimte voor motorvoertuigen.

  • Parkeerplaats (dienstbaar aan wonen): Zelfstandig object, niet publiek.

  • Berging: Bergfunctie, bijgebouw of apart perceel/adres.

Bijzondere soorten objecten

  • Landhuis: Royale vrijstaande woning in landelijk/bosrijke omgeving.

  • Villa: Vrijstaande woning met grote tuin/water.

  • Herenhuis: Grote woning met opvallende gevel.

  • Vrijstaand herenhuis: Grote, opvallende woning binnen bebouwde kom.

  • Drive-in woning: Garage inpandig, woonvertrek op hoger niveau.

  • Split-levelwoning: Verspringende bouwlagen met ruimtelijk relatie.

  • Kwadrantwoning: Onderdeel van blok van vier woningen.

  • Patiowoning: Buitenruimte ingesloten door bouwmassa.

  • Bungalow: Vrijstaand met maximaal één verdieping.

  • Geschakelde bungalow: Bungalow verbonden via aanbouwen.

  • Patiobungalow: Buitenruimte ingesloten door bungalows en muren.

  • Semi-bungalow: Maximaal één extra verdieping, woonvoorzieningen op/onder begane grond.

  • Grachtenpand: Historisch pand aan gracht.

  • Bijzonder architectonische woning: Paalwoning, kubuswoning, bolwoning en varianten.

  • Hofjeswoning: Historisch, gelegen aan binnentuin, gemeenschappelijke toegang.

  • Dijkwoning: Pand op/aan/onder/naast dijk.

  • Bedrijfs- of dienstwoning: Woning in bedrijfscomplex.

  • Praktijkwoning: Beroep aan huis (tandarts, fysio, etc).

  • Vrijstaande praktijkwoning: Vrijstaand, deel voor beroep aan huis.

  • Boerderij: Woning met bedrijfsdelen, agrarisch bedrijf.

  • Woonboerderij: Voormalig agrarisch, nu hoofdzakelijk bewoond.

  • Molen: Historische molen geschikt voor bewoning.

  • Tinyhouse: Kleine volwaardige woning van maximaal 50 m2.

  • Tijdelijke woning: Woning met tijdelijke instandhoudingstermijn (meestal 10 jaar).

  • Penthouse: Afwijkende woning bovenste bouwlaag van gebouw.

  • Appartement: Luxe woning in meergezinsgebouw.

  • Serviceflat: Flat met extra voorzieningen en persoonlijke service.

  • Bel-etage: Woonlaag circa 1,5m boven maaiveld, boven souterrain.

  • Souterrain: Woning deels onder maaiveld, vaak oud.

  • Collectieve parkeerplaats bij woningen: Parkeerterrein of garage zonder eigen plaats.

  • Parkeerplaats in gezamenlijke garage: Gereserveerde parkeerplaats voor een vaste gebruiker.

  • Parkeerplaats op parkeerterrein: Gereserveerde plaats op terrein/openbare weg.

Opmerking

De volledige definities en de standaardobjectcodering zijn te vinden op de website van de Waarderingskamer:
https://www.waarderingskamer.nl/voor-gemeenten/gegevensbeheer/primaire-objectkenmerken/objectcodering

Bron: helpcenter Adviesbox Classic